De term “beeldende kunst” blijft het belang van de visueel waarneembare eigenschappen van kunstwerken impliceren: het beeld-zijn van het werk. Van een beeld kan met reden gezegd worden dat het een representatie is. In de afgelopen eeuw zijn veel kunstenaars bezig geweest met het opheffen van de scheiding tussen leven en kunst; daarin past het representationele van kunstwerken niet meer, ze horen present te zijn.

In een aantal theorieën opgebouwd rond deze ontwikkelingen binnen de kunst wordt op dezelfde manier gepraat over wat het definiërende kenmerk van kunst is. Hierin wordt de nadruk gelegd op kunst als handeling, als taalhandeling. De maatschappelijke en culturele omstandigheden waarin de kunstenaar opereert zijn sinds de Romantiek onherkenbaar veranderd in vergelijking met het kunstbegrip dat daarvoor heerste, het soort van begrip dat eigenlijk nog heel prominent is in het begrip van het algemene publiek over wat kunst is. Selectief gecombineerd schetsen de theorieën van Jacques Ranciere, Pierre Bourdieu vanuit de kunstgeschiedenis en de bredere maatschappelijke context een beeld van de huidige staat van de kunstwereld. De analyses van deze denkers komen er op uit dat het maken van een kunstwerk geen ambacht meer is, dat het met een plaatsende handeling te maken heeft Bourdieu heeft het daarbij over positie-inname in het culturele veld en Ranciere over plaatsing in de kunstcontext. Al die verwoordingen verwijzen naar het handelen. Dit handelen bevindt zich volledig binnen het veld van de taal. J.L. Austin postuleert in How To Do Things With Words dat er behalve de uitspraken die iets zeggen over de wereld, zoals de filosofie elke uitspraak tot dan toe heeft bezien, ook uitspraken zijn waarmee iets gedaan wordt.

Een groot aantal conceptuele kunstenaars gebruikt taal als middel, en/of houden ze zich bezig met filosofische kwesties en stellen de verstandelijke ingreep boven het lichamelijke handelen. Daarbij gebruiken ze ook weer taal om verklaringen te maken over de grenzen van de betekenis die wij aan het begrip kunst geven te testen. Hierbij gaat het dus meer en meer over het overdragen van een idee. Maar wat er dan aan de hand? Wat blijft er in de representatie over van de intentie van de kunstenaar. Een extreem beeld hiervan kan geschetst worden met de idealistische kunstfilosofieen van Croce en Collingwood. Deze theorieen zijn op een bepaalde manier zeer goed toepasbaar op conceptuele kunst inzoverre het gaat over de overeenkomsten tussen intentie/intuitie bij C en C, en het concept. Derrida behandelt in Signature, Event, Context behalve de limieten van Austin’s theorie over taalhandelingen ook de consequenties van die behandeling voor het idee “bedoeling”.

PDF
Dit moet hier staan zodat de maximale breedte wordt gebruikt en de scrollbalk niet ergens in het midden komt wanneer de inhoud smaller is dan de maximale breedte W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W